Bonny (Bonita)

*  23 januari 1995

  4 april 2008

Bonny was al 7 maanden oud, toen we haar door bemiddeling van de onvergetelijke Jeanette Hilbrink konden halen: ze was 'overgebleven' uit een klein nest. Ze was vanaf de eerste kennismaking blij; alsof we al die tijd voor elkaar bestemd waren geweest, zo voelden dat aan. Eenmaal aangekomen in Neede moest ze eerst zich verhouden met Yaro, onze los door het huis vliegende papegaai. Maar die stierf toen Bonny 4 jaar bij ons was.

Ze ging inmiddels braaf elke dag mee naar m'n werk (ik werkte voorheen in de psychatrie) en ze verbleef in een speciaal voor haar ontworpen verblijf, buiten. Daar hielden talloze patiënten en zwervers uit een nabijgelegen opvanghuis dagelijks hele gesprekken met haar: Bonny heeft meer levensverhalen, meer problemen aangehoord en meer geheimen zijn aan haar toevertrouwd dan mij ooit ter ore zijn gekomen!

Toen ik medio 2000 anderhalve maand opgenomen moest worden voor een hartinfarct en daaruit volgende operatie, verbleef Bonny 6 weken in een dierenpension. Nooit zullen we de dag vergeten dat ze weer terug kon komen: ze heeft bijna een half uur lang geloeid, gegild, gebruld, gehuild en ze wilde als het ware in me kruipen- alsof ze al die tijd niet kon geloven dat ze echt weer terug naar huis kon. Zoveel emotie, expressie, blijheid en ongeloof: dat raakt je tot op het bot.

Kort erna kwam er een witte slachtkip aangelopen en die bleef bij ons: die sliep in een struik in de tuin, zomer en winter, weer of geen weer. Bonny en de kip ontwikkelden een systeem wie welke kliekjes mocht eten na de maaltijd en dat was elke dag weer hartstikke leuk om mee te maken. Toen kwam er ook nog een krulveerduif, waar Bonny goeie maatjes mee werd. Begin 2005 kwam Mabel, een Bracco Italiano, bij Bonny, kip en duif. Een heel leuke, zonnige tijd. Maar Mabel stierf anderhalf jaar later aan een naamloze longaandoening (vergelijkbaar met asbestlongen), kip en duif gingen ook dood- maar Bonny bleef als een rots in de branding bij ons: een wijze hond, die alle gewoontes en rituelen kent, bijna zelfstandig haar weg vindt.

April vorig jaar stierf ze bijna aan een vergiftiging en sedertdien was ze verzwakt, kon ze absoluut geen menseneten meer verdragen en hadden we er dus een heuse dagtaak aan om te voorkomen dat ze overal op straat en in de bossen eetbare zaken opduikelde (want elke Basset kan wat dat betreft zo bij de stadsreiniging werken). Het werd ook een beetje een spel. Ze ging altijd graag mee naar de picknick in Rozendaal, naar de buitenboel in Arnhem en nog een keer in Zaltbommel.  

Vanaf begin maart jl. wilde ze plots niet meer mee op de dagelijkse wandelingen. Eerst lieten we haar in de auto achter en we liepen zelf nog dat uurtje. Maar zonder Bonny was dat ineens wel erg stil en kaal. Eind maart '08 werd ons geheel onverwachts een Bracco Italiano-pup uit België aangeboden- en die kwam: Ghisa. Toen we met haar naar de dierenarts gingen, onderzocht hij ook Bonny.  Maar die heeft een vreselijke bloedarmoede' zei hij verschrikt; en dat duidt op leukemie en nier-of darmkanker. Hij vreesde dat een operatie niet zou baten, schreef een prednison-kuur voor. Een week later kon Bonny niet meer, ze was helemaal 'op', hapte ze naar adem na elke beweging en we wisten: het is tijd om afscheid te nemen.

En zo is onze Bonny niet meer. Hoe moe en uitgeput ze ook was, ze bleef helder in haar blik en interesse. We missen haar vreselijk en zijn onuitsprekelijk verdrietig.

Marjo de Wit/ Wim Scherpenzeel.